Rick van Staten

Rick van Staten

Rick is vorig jaar afgestudeerd in Scandinavië studies en studeert momenteel IJslands als tweede taal aan de Universiteit van IJsland. Als oud-vicevoorzitter en secretaris van Nordom blijft hij zich desondanks actief inzetten voor de studievereniging en het studieblad. Zijn interesses liggen in kunst, cultuur, IJsland en de Germaanse taalkunde.

Kleine eilanden zijn alleen voor vogels

Als een uithoek van Europa, ver weg van de vrijgevochten, wilde en kleurrijke steden van het vasteland, kunnen de Faeröer nog wel eens een beklemmend gevoel geven voor zijn inwoners. Niet alleen fysiek, aangezien de eilanden klein zijn en grotendeels bestaan uit dramatische fjorden, maar ook geestelijk kan de eilandenreeks nog kleinzielig overkomen. Van alle gebieden in het Noorden zijn de Faeröer misschien nog wel het meest traditioneel, zowel maatschap-pelijk als religieus, en wordt liever te weinig dan te veel gezegd. Wellicht is het dan ook geen wonder dat een van de eerste films gemaakt op de Noord-Atlantische stapstenen deze dyna-miek van beklemmendheid behandelt. In haar tweede speelfilm 'Bye Bye Bluebird' (1999) bekijkt de Faeröerse regisseuse Katrin Ottarsdóttir wat er gebeurt met zij die de wereld gezien hebben en niet meer helemaal passen in het idyllische plaatje van de eeuwenoude eilandssamenleving. Een confrontatie tussen hen en het traditionele; óf misschien juist wel met zichzelf…

Og dans vill hún heyra: de wereld van de volksdans

Op een zonnige middag in de botanische tuinen van Lund tijdens mijn uitwisseling werd mijn blik gevangen door een zwierig gebeuren. Een klein groepje jonge mensen, wit gekleed, dansend in een cirkel. Voor mij was het duidelijk herkenbaar zijnde een Zweedse volksdans. Dat beeld is me bijgebleven en heeft me eigenlijk nooit losgelaten. Het was een moment van realisatie dat volkscultuur niet stoffig is en dat er wel meer mensen een overlange afspeellijst hebben met polska's. Twee jaar later, toen ik vertrok naar IJsland, had ik met ijzeren zekerheid vastgesteld dat ik lid van een vereniging móést worden, welke dan ook, om een sociaal leven met IJslanders op te kunnen bouwen. Als eerst schoot toen weer die herinnering uit de botanische tuinen in Lund voorbij: volksdans. Dit is het verhaal van mijn aanraking met de Noordse volksdans maar vooral ook een verhaal over de dromen van een kleine groep enthousiastelingen.

Het verscheepte Deens: IJsland

De drie eilanden op de Noord-Atlantische Oceaan mogen dan wel niet veel gemeen hebben door hun verschillende culturen, volkeren en volkstalen, maar toch was er eeuwenlang iets dat de drie eilanden met elkaar verbond: het Deens. In het algemeen was dit tegen wil en dank. Het succes van het Deens om de harten te veroveren van de Groenlanders, Faeröerders en IJslanders verschilde tamelijk en zeker tegenwoordig begint de afgunst tegenover het Deens in alle drie de voormalige overzeese gebieden te groeien. Dit is echter zeker niet altijd zo geweest; lange tijd nam het Deens een belangrijke plek in het alledaagse leven in. Het was de taal van cultuur, politiek maar vooral die van ontwikkeling. Geen wonder dat op alle drie de eilanden ooit het idee is ontstaan om de volkstaal volledig achter te laten en daarvoor in de plaats het Deens tot nieuwe hoofdtaal te verheffen onder overmoedige Deense ambtenaren en lokale hoge heren. Voor veel van de elites op deze eilanden was het duidelijk dat de eilanden als onderdeel van het Deense koninkrijk maar beter dezelfde taal konden spreken, aangezien ze toch al dezelfde koning dienden en God aanbeden. Toch is dit in geen van de drie gebieden gebeurd en lijkt uiteindelijk de volkstaal, al dan niet na een lange strijd, het te winnen van het Deens. De invloed die het Deens uiteindelijk heeft gehad is echter niet te onderschatten en is blijvend tot de dag van vandaag. In deze driedelige serie zullen alle drie de Noord Atlantische eilanden behandeld worden. Gekeken zal worden naar hoe het Deens verscheept is over de Atlantische Oceaan, hoe het vervolgens ontvangen is door de lokale bevolkingen en of het Deens uiteindelijk écht de kans heeft gekregen om de drie eilanden talig te veroveren. In deze editie wordt gekeken naar het land dat geprobeerd heeft het Deens met klinische precisie weg te poetsen: IJsland.

Ráði sá kuni

In een Upplands weiland steekt een bijzonder grote steen uit, lichtelijk verstopt tussen wat eenzame boompjes. De boeren die dit weiland door de jaren heen hebben geploegd hebben er duidelijk omheen gewerkt. Op de steen zelf is ooit drift ig gekerfd en die kervingen zijn nog altijd zichtbaar voor ons vandaag de dag. We bevinden ons namelijk in Skillsta, een plaatsje net ten westen van Uppsala. Net als vele andere plekken rondom deze eeuwenoude stad staat hier een runensteen, een bijzonder soort monument dat zijn hoogtij kende in deze regio rond 1100 n.Chr. Deze steen, U 887, is een van de meest kunstzinnige in de regio, maar nodigt ons vooral uit tot denken. Hij doet dit zelfs aardig letterlijk. Als laatste staat er gekerfd: ᚱᚮᚦᛁ • ᛋᛆ • ᚴᚢᚾᛁ - Duid wie dat kan. Runen duiden is namelijk zo makkelijk niet, zeker niet voor ons hedendaagse mens, maar als we deze steen mogen geloven dus ook niet voor de tijdsgenoten van maker Eyríkr. Wat verbergen de runen en hoe komen we daar precies achter?

De stem van Groenland: Verleden en toekomst in de rapmuziek van Tarrak

Het is november in Reykjavík. Koud en winderig zoals menigeen verwacht. Het is echter ook de week van Iceland Airwaves, hét muziekfestival van IJsland, dat ik nog net te duur vond om mijn geld aan uit te geven. Gelukkig was daar voor mij nog een wat laagdrempeliger evenement in het Noordse Huis. Laagdrempelig qua prijs dan, want de muziek die er gespeeld zou worden was voor mij nogal onbekend en nieuw; die van allerlei muzikanten in allerlei genres uit het échte hoge Noorden. Samische en vooral veel Groenlandse artiesten zetten de toon. Ik had weinig verwachtingen, maar uiteindelijk ben ik die drie dagen ‘Arctische’ muziek uitgekomen met een nieuwe interesse: Groenlandse rap. Het was de Marokkaans- Groenlandse Tarrak die vooral mijn aandacht pakte en voor mij, meer dan welk ander dan ook, de stem werd voor het nieuwe, jonge Groenland.

ᚼᛁᚾ ᚢᛁᚴᛁᚴᛅᛚᛏ – Hin Víkingaöld

De Vikingtijd wordt heden ten dage gezien als het toppunt van traditionele masculiniteit: ruwe, bebaarde mannen die zich volledig verliezen in het gevecht in de hoop terecht te komen in Valhǫll (Valhalla) na een glorieuze ondergang. Dat hedendaagse beeld is wellicht een goede inspiratiebron voor avontuurlijke actiefilms, -boeken en -games, maar verhult ook het overgrote deel van de wereld destijds voor ons als moderne mens. Dit terwijl alles wat dat masculiene beeld overschaduwt juist de Vikingtijd een interessante en veelzijdige periode maakt. Gelukkigerwijs wordt die overschaduwde kant tegenwoordig steeds beter geanalyseerd, waaronder met de analyse- en onderzoeksmethoden die voortgekomen zijn uit relatief nieuwe wetenschappen zoals genderstudies, regiostudies en cultuurwetenschappen. Laten we in de schaduw van de Viking stappen en zoeken naar datgeen wat er te vinden is aan de andere kant van de Vikingtijd.

Deense dwarsheid & moderne traditie: Nordom-stijl door de jaren heen

Voor de meesten van ons is het een vanzelfsprekendheid. Vanaf het moment dat we aan onze studie scandinavistiek beginnen, komen we er mee in contact: Nordom. In dit geval bedoel ik specifiek de huisstijl van Nordom. Misschien heb je er wel eens langer naar gekeken en nagedacht waar het allemaal vandaan komt. Wellicht vroeg je jezelf ook af wat een driekwart gespleten cirkel en wat ingevlochten bladeren en bloemen te maken hadden met Scandinavië en de scandinavistiek. Als geestelijk vader van de huisstijl die alweer drie jaar in gebruik is, weet ik zelf goed waarom de huisstijl zo is geworden. Echter was het voor mij altijd nóg interessanter om te reflecteren op wat mijn voorgangers bedacht hadden. Het is bijvoorbeeld dit jaar twintig jaar geleden dat het huidige logo tot stand is gekomen. Eigenlijk dus dé tijd om terug te blikken op twee decennia vormgeving binnen Nordom.

Licht op Lissan: Nordom in veranderende tijden

Noorderlicht is bijna tien jaar geleden opgericht, alhoewel het blad al langer onder andere namen bestond. Het was reden voor de redactie om eens te gaan graven in de geschiedenis van ons blad. We kwamen uit op een van de oudste uitgaven uit ons archief van zo’n twintig jaar geleden. Daarin blikte de redactie van destijds terug op het ontstaan van Nordom met een van de oprichters, de welbekende Lissan Taal-Apelqvist. In die twintig jaar is veel veranderd, dus ging Noorderlicht opnieuw met haar aan tafel zitten.

Í Reykjavíkurborg

Sinds augustus mag ik mijzelf Reykvíkingur noemen, de nogal intens klinkende naam voor een inwoner van de meest noordelijk gelegen hoofdstad in de wereld: Reykjavík. De stad aan de rokerige baai is niet het meest typische voorbeeld van een wereldstad, wellicht het best omschreven door Gyrðir Elíasson in de novelle Infernó als een “smáborg sem er að reyna að sýnast svo stór”– een kleine stad die poogt er zo groot uit te zien. Het heeft dan vaak ook meer weg van een provinciaal stadje, maar is tegelijkertijd ook verrassend modern en internationaal. Wat heeft ervoor gezorgd dat Bæinn, het dorp, zo’n uniek karakter heeft gekregen?

Hinsegin íslenska frá A til Ö

Hetgeen zeggen wat eerder onzegbaar was. Het is de functie van allerlei woorden en labels die we als regenboogtaal kunnen beschouwen. Woorden als homo, gay, queer, aseksueel, panseksueel en transgender hebben hun intrede in het Nederlands gedaan om uiting te geven aan identiteiten die als buiten de norm vallend beschouwd werden. Opvallend is dat bijna al deze woorden geleend zijn uit het Engels, niet zo vreemd misschien, als men zich realiseert dat queeremancipatie een wereldwijde beweging is, waarbij cruciale gebeurtenissen veelal in de Angelsaksische landen plaatsvinden. Bijna over heel Europa is zo een redelijk homogeen regenbooglexicon ontstaan. Behalve in één land. Ver op de Atlantische Oceaan hebben IJslanders, zoals wel vaker, hun eigen woorden voor queer belevingen gevonden.