Taal

Hinsegin íslenska frá A til Ö

Hetgeen zeggen wat eerder onzegbaar was. Het is de functie van allerlei woorden en labels die we als regenboogtaal kunnen beschouwen. Woorden als homo, gay, queer, aseksueel, panseksueel en transgender hebben hun intrede in het Nederlands gedaan om uiting te geven aan identiteiten die als buiten de norm vallend beschouwd werden. Opvallend is dat bijna al deze woorden geleend zijn uit het Engels, niet zo vreemd misschien, als men zich realiseert dat queeremancipatie een wereldwijde beweging is, waarbij cruciale gebeurtenissen veelal in de Angelsaksische landen plaatsvinden. Bijna over heel Europa is zo een redelijk homogeen regenbooglexicon ontstaan. Behalve in één land. Ver op de Atlantische Oceaan hebben IJslanders, zoals wel vaker, hun eigen woorden voor queer belevingen gevonden.

Vad fan zeg jij nou?!

Wie een Noordse film of serie kijkt, merkt al snel dat er niet geschroomd wordt om te vloeken en schelden. Ook in het Nederlandse repertoire wordt heel wat af gefoeterd, maar hoe wij ons uiten is anders dan bij onze noorderburen. Ook lijkt schuttingtaal in het noorden iets gebruikelijker te zijn dan hier. Hoe zit dat?