Årets ord – Des jaars woord

Het is december en dat betekent dat niet alleen Nederland, maar ook de Scandinavische landen zich buigen over de vraag, welk woord het afgelopen jaar het best samenvat. Nederland stemde tussen 1 en 14 december; met bijna 30 procent van de stemmen won het woord ›anderhalvemetersamenleving‹; hoewel het een samenstelling van reeds bestaande woorden is, is het in deze verschijning een nieuw woord. Dat past in de traditie van de Nederlandse woorden van het jaar: blokkeerfries (2018), appongeluk (2017) en sjoemelsoftware (2015) zijn allemaal samenstellingen die in deze nieuwe combinatie in zekere zin als neologismen beschouwd kunnen worden.

Ook de Noorse Språkrådet kiest als woord van het jaar vaak een samenstelling die in haar vorm nieuw is: klimabrøl [klimaatbrullen] (2019), skjebnelandsmøte [›conferentie over de toekomst/het lot van het land‹] (2018), kvardagsintegrering/hverdagsintegrering [dagelijkse integratie] (2017). Het woord van het jaar 2020 wijkt hier echter van af. Daar het afgelopen jaar wereldwijd grotendeels bepaald is door het coronavirus, kiest Noorwegen dit jaar simpelweg voor het woord ›koronaen‹, een bestaand woord, maar in de betekenis van het virus wel degelijk nieuw. In vergelijking met de Nederlandse ›anderhalvemetersamenleving‹ komt de Noorse keuze echter wel ietwat voor de hand liggend over. Niettemin draait men er in Noorwegen niet omheen; 2020 stond immers in het teken van corona en zodoende zou ›corona‹ als het wereldwijde woord van het jaar gezien kunnen worden.

Denemarken kent een andere traditie, wanneer het gaat om het woord van het jaar. Veelal wordt niet voor een nieuw, maar juist voor een bestaand woord gekozen dat in de context van het afgelopen jaar van belang geweest is ofwel een nieuwe lading gekregen heeft. Op 18 december werd bekend dat het Deense woord van het jaar 2020 ›samfundssind‹ is. Het betekent ›gemeenschapszin‹ en heeft in die betekenis uiteraard – evenals de het Nederlandse en het Noorse woord van het jaar – betrekking op het coronavirus. Het woord verwijst echter niet naar het coronavirus of naar de pandemie zelf, maar focust zich op de gemeenschapszin die in deze onzekere tijd zichtbaar wordt. ›Samfundssind‹ is een algemener woord dan de Nederlandse zeer specifieke ›anderhalvemetersamenleving‹, daar het ook los van de coronapandemie gezien kan worden. Enerzijds vat het woord ›samfundssind‹ het jaar 2020 op deze wijze minder scherp samen; anderzijds is het door zijn algemeenheid veel breder inzetbaar en kan iedereen zich er waarschijnlijk in vinden.

In Zweden heeft men gekozen voor het woord ›lockdown‹. En dat, terwijl de Nederlandse media Zweden toch hoofdzakelijk als het land met een zeer soepele coronapolitiek weergeven. De keuze voor het woord ›lockdown‹ contrasteert met dit beeld en voldoet dus zeer waarschijnlijk ook niet aan het Nederlandse verwachtingspatroon. Opvallend is bovendien dat men de keuze heeft laten vallen op een woord van Engelse oorsprong. Wanneer men in Zweden een woord uit een andere taal overneemt, wordt dit immers vrijwel altijd aangepast aan de Zweedse spelling: ›mejl‹ in plaats van het Engelse ›mail‹; ›fåtölj‹ in plaats van het Franse ›fauteuil‹; ›jobb‹ in plaats van het Engelse ›job‹. Het woord ›lockdown‹ is echter wereldwijd hèt gangbare woord voor het stilleggen van de samenleving ten behoeve van het terugdringen van de verspreiding van het virus.

Alle woorden van het jaar hebben – hoe kan het ook anders – betrekking op het coronavirus. Sinds maart zitten we midden in een pandemie; dit jaar zou dus ook zeer gemakkelijk voor een wereldwijd woord van het jaar gekozen worden. Nu is het afwachten wat 2021 ons zal brengen. Wat zal het woord van 2021 worden? ›Vaccinatieangst‹? We zullen zien…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.