
Wat heeft een Noord-Russische houten vogel met Scandinavië te maken? Ik heb het hier over de 'spånfågel', ook wel 'takfågel' (plafondvogel) of 'julduva' (kerstduif) genoemd. Dit is geen zeldzame diersoort, maar een decoratieve vogel die met een speciaal mes gekerfd wordt uit een blokje zacht coniferen- of populierenhout. Het is een decoratie die in Zweden in de 19e en de vroege 20e eeuw vaak rond kerst aan het plafond gehangen werd en door de warme lucht van de haard kalm roteerde. De vogel werd geassocieerd met de duif die in de christelijke traditie de heilige geest symboliseert, maar er hangt een complexer verhaal aan de symboliek en oorsprong van deze eigenaardige versiering.

Normaliter is Noorwegen een rustig land. De steden zijn kalm en de mensen terughoudend. Maar dan
is het opeens eind april, en verschijnen overal jongeren in rode broeken op straat. Ze delen visitekaartjes uit,
versieren partybussen en knallen daarmee drie weken lang, al zuipend en feestend, door de stad, om daarna nog
even hun eindexamens te maken… Ja, dit is echt hoe het eraan toegaat in een Noors examenjaar. Ik moet zeggen
dat ik als Nederlander toch wel een beetje jaloers ben op deze traditie. Ik had ook graag een paar memorabele
weken gehad, in plaats van een tegenvallend examengala en een veel te korte stunt. Toch heeft deze traditie ook
een keerzijde: sommige studenten worden buitengesloten en raken depressief.
Welkom bij de 'russefeiring', de gestoorde Noorse eindexamentraditie.

Wie in Kopenhagen rondloopt, zal het al snel opvallen dat er wat Nederlandse trekjes te zien zijn. Denk bijvoorbeeld aan het Rosenborg Slot in Nederlandse renaissancestijl of de vesting rondom Kastellet. Toch zullen de meeste reizigers ongemerkt vanuit het vliegtuig een stukje Nederlands-Deense historie passeren. Afgesneden van het steeds groter wordende Kopenhagen, bevindt zich onder de rook van het vliegveld namelijk een gemeente met nog altijd Nederlandse invloeden: Dragør.

De Noordse munt is een langzame dood aan het sterven. Een toename in pinbetalingen,
online transacties en nu ook inflatie maken de munten steeds minder nuttig. Ik klink wellicht als een romanticus, gericht op het vastleggen van dat waardevolle stukje cultuur voordat het een stille dood ondergaat in de nevel van de geschiedenis. Toch heb ik vreemd genoeg totaal geen moeite met het verdwijnen van contant geld, hoewel ik mij ook bewust ben van het belang ervan. Ikzelf betaal ook nooit meer met een biljet, laat staan die paar tien- of twintigcentmuntjes in mijn bezit; of nog erger die ene één cent die je hebt weten te krijgen in Duitsland. En toch, ondanks alles, schrijf ik hier een ode aan de Noordse munt.

Een staafkerk domineert de horizon. Kleurige huizen. Mensen gekleed in bunad.
In het Noorwegen-paviljoen in Disney-themapark Epcot waan je je even in het Hoge Noorden. Tegenwoordig is het stukje Noorse idylle een van de meest populaire delen van het park, maar de populariteit is zeker niet te verklaren met een fascinatie voor Noorwegen onder Disneyliefhebbers. Het paviljoen vertelt naast een verhaal van Noorse culturele politiek,
vooral een van geld.