Þetta reddast

In de ogen van veel buitenstaanders is er niet zo veel verschil tussen de verscheidene landen in het hoge Noorden – één pot nat. Van Finland tot IJsland wonen dezelfde soort kille mensen, die het liefst een meter te veel dan te weinig van je af staan en een taaltje spreken dat gekenmerkt wordt door toonverschuivingen en een zangerig ritme. Bovenal zijn het harde werkers, die het liefst zo min mogelijk tijd verspillen. Het is nou immers een schaars goed, al helemaal voor deze Noorderlingen die al zo veel zonlicht moeten missen. Toch blijkt dat laatste al helemaal niet waar te zijn. Misschien geldt dit voor Noorwegen, Zweden, Denemarken en Finland, maar een IJslander is allesbehalve tijdsgebonden of gehaast. Nee, voor hem geldt dat alles wel los zal lopen – þetta reddast.

Beeld: Noortje Peek

De gemiddelde IJslander is allesbehalve gehaast of gedisciplineerd en toch lijkt hij te glijden door het leven alsof er geen problemen zijn. De IJslandse methode voor het omgaan met stress en de moeilijkheden des levens is namelijk het negeren van het bestaan ervan. Simpelweg doen alsof het probleem er niet is, lost al heel veel op. Op het allerlaatste moment, wanneer dingen toch echt geregeld moeten worden, wordt hij vervolgens actief. In een bijzonder rap tempo wordt een organisatorisch kunstje verricht waar menig volk u tegen zegt. Zo komt er – ondanks de vertragingen, verschuivingen en uitstel – toch altijd iets voor elkaar op IJsland. Het is eigenlijk vooral geduld hebben tot dat ene magische moment, waar je maar volledig op vertrouwen moet om zelf niet de haren uit het hoofd te willen gaan trekken. Je moet jezelf dan ook gaan vertellen dat alles wel los zal lopen – þetta reddast.

Er is nog geen enkel evenement geweest op IJsland waar niet iets last minute geregeld dient te worden. Het liefste is dit niet de taak van de organisator; die is juist al te goed in het delegeren van diens probleem. Ze zijn zelfs zo goed in delegeren, dat zelfs mensen die vrij zijn en op het punt staan het vliegtuig in te stappen om het verplichte wintertripje naar een warm land in het zuiden te maken, opgeroepen worden op werk om alsjeblieft nog even snel wat te doen, alsjeblieft. En zo komt het dat zo iemand dan toch, net zo gehaast en onvoorbereid, de volgende dag staat te presenteren over een thema waar die helemaal niet gespecialiseerd in is. Voor de bühne doet iedereen alsof alles verloopt zoals het hoort, maar in de roddels komt een ander verhaal naar voren. Toch is het op de een of andere manier weer allemaal losgelopen – þetta reddast.

De gemiddelde IJslander komt altijd te laat. Dit varieert van vijftien minuten tot een heel uur, maar één ding is zeker, te laat zal hij komen. Deze cultuur van te laat komen is zo sterk verweven in het IJslandse wollenkleedje, dat sommige mensen maar expres een eerdere tijd opgeven zodat mensen toch “op tijd” komen. Dit kan zelfs zo erg worden, dat mensen gaan puzzelen met de tijden. Zo kan elke gast een eigen gewenste tijd van aankomst krijgen, gebaseerd op het aantal minuten dat hij gemiddeld te laat komt. Voor een feest dat om 20:00 begint, kan dus de gast die gemiddeld 30 minuten te laat komt een uitnodiging krijgen voor 19:30 en een gast die vaak een uur te laat is, 19:00. Eigenlijk zit er dus best nog een organisatie achter… Loslopen, dat zal het in ieder geval – þetta reddast.

Voor menig Nederlander of Scandinaaf is het een verschrikking, deze mentaliteit van dat het allemaal wel goed komt, ooit, ergens, op de een of andere manier. Hoe kan zo’n land blijven functioneren? Hoe rijden de bussen op tijd? (dat doen ze dan ook niet…) Ach en wee – þetta reddast.

Toch staat dit land, daar ergens in de grote Atlantische oceaan, trots en tevreden – functionerend als elk ander land in het Noorden. Misschien is het juist deze mentaliteit hetgeen wat IJsland gered heeft toen het aan de rand van de afgrond stond na de economische crisis van 2008. Het land was totaal bankroet, Nederland en Groot-Brittannië eisten terugvorderingen die tweemaal het budget van de staat waren en het nationaal ego was totaal gebroken – een situatie die terecht de iconische uitspraak helvítis fokking fokk voortbracht. IJsland was van een van de rijkste landen ter wereld naar een geldloze pariastaat gegaan. Nog geen vijf jaar later stond het land weer even trots als eerst, wellicht iets minder hoogmoedig, maar even stabiel als voor de crisis. Ondanks dat het geconfronteerd werd met het grote, gitzwarte onbekende, blut en met lege zakken, ging het vastberaden door. Want ook al zag het er nu onmogelijk uit, was er op IJsland het geloof dat het allemaal wel los zal lopen. En dat deed het uiteindelijk ook – þetta reddast.

Geschreven door