Nordom vertelt: uitwisselingsverhalen

Voor vrijwel elke scandinavist is het een belangrijk moment: De uitwisseling. Ter ere van het vijfentwintig jarige bestaan van de studievereniging heeft de redactie een rondvraag gedaan bij (oud-)leden. Wat waren hun mooiste herinneringen aan hun uitwisseling?

Foto’s: Noortje Peek, Luca Bos, Merle van Geldorp

Als psychologiestudent wilde ik graag op Erasmus uitwisseling en hoewel ik voorheen niet veel wist over Scandinavië, sprak het me toch enorm aan om een of andere reden. Toen ik het nieuws kreeg dat ik naar Kopenhagen mocht, was ik dan ook ontzettend blij! De stad was een geweldige plek om te wonen en het voelde meteen als thuis. Ik was altijd al geïnteresseerd in talen en zag dit dan ook als een goede kans om wat Deens te leren. Dit motiveerde me om taallessen te nemen, eerst in Denemarken en later als minor aan de UvA. Het lijkt me heel leuk om een keer terug te gaan en ik zie mezelf er in de toekomst wel weer wonen.

Eind maart parkeerden ik en twee vrienden onze auto op de parkeerplaats van het Preike-stolen-bezoekerscentrum. We pakten onze kampeerspullen uit de achterbak en begonnen aan de hike omhoog. Het was al 15:30 en op de route kwamen eigenlijk alleen nog maar mensen naar beneden. We wisten niet hoe de situatie boven zou zijn, maar het was gelukkig windstil en er lag niet overal sneeuw meer. We waren

helemaal alleen en konden bij een prachtige zonsondergang allerlei foto’s maken. Daarna moesten we snel de tenten opzetten en beginnen aan een kampvuur. Het was in de zon al een graad of vijf, maar nu die weg was, werd het snel erg koud. Ik had vijf laagjes aan, maar had nu ook mijn slaapzak als extra deken nodig. Terwijl mijn vrienden het avondeten aan het maken waren, kon ik even weglopen en van het uitzicht genieten. Het

Beeld: Lysefjord, Luca Bos

was volle maan, en in het schemerlicht was het hele Lysefjord nog altijd prachtig zichtbaar. Op de hellingen van het fjord zag ik acht palen, die één voor één een rood lichtje door het dal lieten dansen. En daar stond ik, helemaal alleen, onder een paarse hemel, op een van de meest toeristische plekken van Noorwegen, en de wereld had nog nooit zo groot gevoeld.

Ik heb het hier heel erg naar mijn zin, maar ik denk dat het hoogtepunt toch wel is dat ik Deense lessen geef aan andere uitwisselingsstudenten. Ik vind het ontzettend leuk om te doen. Het is niet alleen leerzaam voor hen, maar ook voor mij! Ik ervaar het zo dat ik nog meer over de Deense taal leer door het aan andere mensen uit te leggen. Daarnaast leer ik natuurlijk ook heel veel over Deens tijdens de colleges en door het praten met Deense klasgenoten. Het wordt steeds makkelijker om langere en moeilijkere zinnen te vormen in een casual gesprekje. Al met al heb ik de uitwisseling (tot zover) ervaren als een enorme versnelling in mijn Deense taalverwerving, en ik hoop dat nog verder voort te zetten!

Ik was mijn sleutels vergeten en had mijn huisgenoot een bericht gestuurd of ze de achterdeur open wilde laten, zodat ik naar binnen kon. Maar ze las haar WhatsApp maar niet, dus ik moest tijd doden. Ik was op een spelletjesavond en op een gegeven moment ging iedereen naar huis, behalve één van mijn vrienden – die ging naar een feestje. Om niet op straat te hoeven blijven, ging ik mee. Het feest was wild: er werd binnen gerookt en gedronken op een 100 jaar oude houten vloer, in de keuken werd een Duitse amateurkookshow gefilmd over veganistische pannenkoeken (ondanks dat iedereen op het feest Deens was), op het balkon waren mensen naar de vogels aan het fluiten – en de vogels floten terug. Om vier uur stond ik te zoenen met de DJ, die zo katslam was dat hij zich vijftien minuten daarna niet meer herinnerde dat we hadden gezoend. Om zes uur ging ik naar huis, en om kwart voor zeven moest ik over het hek van de tuin klimmen, maar gelukkig had mijn huisgenoot inmiddels haar berichten gelezen en was de achterdeur open.

Ruim een maand later kwam ik de jongen waarmee ik stond te bekken weer tegen bij m’n vrijwilligersbaantje. Hij had geen idee meer wie ik was, maar zijn huisgenoten hadden hem wel verteld dat hij met iemand had gekust. Natuurlijk kon hij wel door de grond zakken toen ik hem vertelde dat ik dat was. Tegen het eind van de avond stonden we wéér straalbezopen te zoenen. Hopen maar dat hij me dit keer wel herinnert.

Ik was met Sankt Hans, na een congres in Umeå, meegereden naar Trondheim. Daar nam ik nogal roekeloos de pont naar een eilandje, en vroeg bij aankomst aan de enige achtergebleven persoon of er een hotel was. Ja, er was een pensionaat maar de eigenares lag in het ziekenhuis. Du får komme med oss, zei ze. Er waren twee kinderen met wie ik praatte. Het jongetje stelde een vraag, waarop ik niet in het Deens antwoordde, maar met Eg veit ekkje. Waarop hij verontwaardigd zei: Sån får du ekkje snakke. Ik had zijn taal gebruikt, en dat mocht niet – een heel jonge isolationist.

Tijdens mijn studie was ik in 1987/1988 een jaar op Mora folkhögskola – en had daar in alle opzichten een geweldig jaar. Behalve veel Zweeds heb ik daar ook leren skiën, of beter gezegd: langlaufen, zoals we dat in goed Nederlands noemen. Ik was de enige beginner. Ik ging met een groepje mee op een paar geleende ski’s en mijn klasgenoten namen een lange route. Ze adviseerden mij een korte route van vijf kilometer. Zonder enige verdere instructies ging ik op pad, met de gedachte: als ik niet aankom, komen ze me heus wel zoeken. Maar het ging goed. Het scheelde vast dat ik kon schaatsen. Ik herinner me nog dat ik precies kon zien waar ik in elk geval wél zou vallen: bij steile hellingen met een bocht, waar het spoor een rommeltje was. Later kreeg ik een soort spoedcursus met wat techniek.

Ik herinner me een prachtige tocht, later dat jaar, op een hoogvlakte in Sälen. De bomen waren helemaal kromgetrokken onder de sneeuwvracht die ze moesten dragen.

Vasaloppet was een groot feest. Er deden verschillende leerlingen mee aan öppet spår en zelfs een paar aan de wedstrijd. Het verbaasde me dat we toegang moesten betalen om het centrum van Mora in te mogen, wat anders natuurlijk nooit zo was. De Zweden leken dat doodnormaal te vinden, terwijl ik dacht dat er in Amsterdam vast rellen zouden uitbreken als Amsterdammers toegang zouden moeten betalen voor het centrum. Ik stond bij de finish toen de gebroeders Blomqvist samen over de finish gingen en er voor het eerst in de geschiedenis van Vasaloppet twee winnaars mochten zijn.

In het voorjaar van 2023 heb ik in Uppsala gestudeerd. In maart ben ik met een aantal van mijn huisgenoten – Matvei (uit Siberië, Rusland), Marina (uit Duitsland) en Sean (uit Ierland) – een lang weekend naar Kurravaara (bij Kiruna) gegaan. We sliepen in een klein kampement aan een bevroren meer en hebben daar onder andere een poging gedaan tot ijsvissen. De vissen hapten niet, en Matvei was de activiteit al snel zat. Hij ging andere dingen bedenken om onszelf mee te vermaken. Zo kwam het dat er al snel een boormachine uit de kast werd getrokken en er vier gaten met een onbekend bruin alcoholisch goedje in het ijs verschenen. Met het schenktuitje van de suikerpot werd een make-shift rietje gefabriceerd, en zo lagen wij om 13:00 uur ‘s middags – onder veel gelach – één voor één shotjes te drinken uit een bevroren meer boven de poolcirkel.

Beeld: shotjes uit een meer, Merle van Geldorp

Een halfjaar in Oslo.
Amsterdam, 3 april 2025

Toen ik even ging zitten om een leuk verhaaltje over mijn uitwisseling te schrijven, bleef het voor mij even blank. Er zijn zoveel mooie herinneringen waar ik over kan schrijven en eigenlijk kon ik niet kiezen, daarom even wat algemene dingen. Dingen die ik heb geleerd. Soms op een harde, maar meestal op een zachte manier. Allereerst: dat alcohol duur is, betekent niet automatisch dat je minder gaat drinken. Je verschilt helemaal niet zoveel met leeftijdsgenoten uit heel Europa. Het studietempo ligt daadwerkelijk lager in Oslo dan in Amsterdam (gelukkig). Niets is wat het lijkt. Strepsils heten Repsils in Noorwegen. Stap uit je comfortzone, en je zult beloond worden, 17. mai is minstens zo intens in Oslo als Koningsdag in Amsterdam. En tot slot misschien wel de grootste levensles: geluk hangt meer af van de mensen om je heen, dan de plek waar je bent. Een stad kan nog zo mooi, historisch of wat dan ook zijn – uiteindelijk zijn het de mensen die je om je heen verzamelt, die de uitwisseling maken of breken. Nu, drie jaar later, gaat er geen week voorbij zonder dat ik in mij niet even terug waan in de straten van Oslo; met in elke wijk weer andere herinneringen. En vooral, ergens in mijn gezichtsveld, zie ik één van de vele gezichten die mijn uitwisseling hebben gemaakt.

S:t Eriksplan, 14 januari 2022.
Lichte vorst, zonsondergang.

Daar stond ik dan met twee koffers en een bomvolle rugzak. Naast me stond iemand met net zo veel bagage, ietwat verdwaald om zich heen te kijken. “Is this the stop for bus to Karolinska?” Ik knikte instemmend. “Oh good, I accidentally took it the wrong way before.” Bus 3 liet even op zich wachten, maar enkele minuten later liep ik over Norra Stationsgatan. Voor de deur van het gebouw stopte ik. Even een rookpauze voor ik mezelf zou installeren in mijn onderkomen voor het komende half jaar. “Sorry, could I borrow your lighter?” vroeg een stem. Voor me stond ineens diezelfde meid die me net om de richting van de bus vroeg. Vijf minuten later stonden we in de lift. Grappig, dezelfde verdieping. Ik liep richting mijn appartement, zij de andere kant op. Een uurtje of twee later, eindelijk uitgepakt, ging ik naar de supermarkt om de lege keukenkastjes aan te vullen. Bij de kassa kwam ik diezelfde meid weer tegen. Op de weg terug naar huis weer m’n aansteker uitgeleend en aan de praat geraakt. Ann heette ze. Deze keer liep ze dezelfde kant op, de lift uit. Blijkbaar was ze m’n buurvrouw? “Yeah I walked the wrong way before…” Die avond gingen we een biertje doen – je moet toch mensen leren kennen. Ann wist de weg naar huis nog wel. Wat op de heenweg een klein kwartiertje lopen was kostte op de terugweg meer dan een uur. Sindsdien liet ik Ann altijd navigeren. Ik heb in Stockholm plekken gezien waar ik zelf nooit naar toe gegaan zou zijn, maar die ik voor geen goud had willen missen. Ik weet niet hoe ze het deed, maar zelfs als ik nu doelloos rondloop, stuit ik nooit op zulk onverwacht schoon.

Onze beste Nordom-herinnering is aan de studiereis in 2015 naar Kopenhagen en Malmö. Thomas had zich, tijdens zijn uitwisseling in Bergen, aangemeld voor deze reis, waarvoor Marloes in de reiscommissie zat. Vanaf onze eerste ontmoeting, in de bus naar het hostel in Kopenhagen, was het vriendschap op het eerste gezicht. De rest van de reis vormden we samen een team bij Cards Against Humanity met de hele groep, en ook na de reis bleef de vriendschap. Fast forward, een jaar later: we gingen samen met twee andere Nordom- vrienden op vakantie naar IJsland. Drie jaar na de studiereis gingen we met zijn tweeën op reis. Na 4,5 week rondreizen door de VS gebeurde wat iedereen om ons heen al lang zag aankomen: er bleek toch meer te zijn dan vriendschap. Acht jaar na de studiereis zijn we getrouwd. Op 1 mei van dit jaar is het precies tien jaar geleden dat we op het vliegtuig naar Kopenhagen stapten – niet wetende dat we daar vriendschap en zo veel meer zouden vinden. Dat jubileum vieren we voor het eerst in die tien jaar niet met z’n tweeën, maar met z’n drieën. In maart zijn we namelijk ouders geworden van een hele lieve zoon – een echte Nordom-baby dus. En een paar dingen weten we natuurlijk al zeker: we gaan hem Noors leren en zoveel mogelijk van Scandinavië laten zien!

Als je in Uppsala studeert kan je eigenlijk niet om de nations heen – studentenverenigingen gebaseerd op de provincies in Zweden. Het meest bijzondere evenement dat de nations organiseren zijn de gasks. Elke nation organiseren er een aantal per semester, meestal met een thema. Ze zijn behoorlijk formeel; afhankelijk van de nation kan je weggestuurd worden als je niet netjes genoeg gekleed bent. Dus daar liep ik dan, op een redelijk koude februariavond, in mijn galajurk met m’n lelijke wandelschoenen eronder (de kans dat ik onderuit zou gaan op het ijs was met deze schoenen al aanwezig genoeg, als ik hakken zou dragen zou ik sowieso niet heelhuids aankomen). Op weg naar het gebouw van Kalmar Nation zag ik natuurlijk níémand lopen in pak of galajurk, waardoor ik bang werd het toch verkeerd begrepen te hebben. Eenmaal binnen bleken de meeste mensen nog veel netter gekleed te zijn dan ik. Vervolgens zit je minimaal drie uur aan een lange eettafel. Je krijgt een willekeurige plaats toegeschreven, dus je ontmoet elke keer weer nieuwe mensen. Maar veel kans voor diepgaande gesprekken is er niet; elke keer als het gesprek wat diepgang begon te krijgen rinkelde het belletje en mochten we gaan zingen – iedere keer weer een ander liedje met andere choreografie. Ja, choreografie: niet alleen het klappen in je handen en het juist uitvoeren van het ritueel van het drinken van een schnapps; je zal toch ook echt (met hakken en al) op je stoel moeten klimmen. En dan denk je om 11 uur klaar te zijn óf door te gaan naar de karaoke, maar nee, eerst even een kopje thee of koffie… Al met al een bizarre, maar onmisbare ervaring.

Geschreven door