Herinneringen aan ons Luciakoor

Misschien wel de eerste Zweedse traditie waar ik van hoorde — naast het eten van gehaktballen in een IKEA-filiaal — was Lucia. Proberend niet om te komen van het lachen schaterde mijn Engelsdocent van de middelbare school tijdens een les in december over een gek fenomeen dat zich op dat moment voordeed in Zweden. Men zocht daarbij het mooiste meisje van het dorp, plaatste kaarsen op haar hoofd en ging vervolgens kerstliedjes om haar heen zingen. Mijn docent vond het dan vooral leuk om filmpjes op te zoeken waarbij het niet helemaal goed ging en het haar van het meisje, Lucia genoemd, er niet ongeschonden vanaf kwam. Voor de meesten in het klaslokaal zal het de enige keer zijn geweest dat ze over Lucia na zouden denken, maar voor mij heeft het altijd een plekje in mijn hart ingenomen.

Beeld: Janneke van Engeland. Luciakoor van 2018, Floris is de derde van links (achter).

Toen ik in 2018 als bijvakker bij de colleges van Zweeds aanschoof begon Janneke [van Engeland, red.], die dat jaar de colleges Zweeds gaf, al snel over de Luciatraditie, en dan niet alleen over Lucia in Zweden zelf. Ook bij Nordom was er regelmatig een koor en ook zij had in het verleden meegedaan, er waren nog zelfs beelden van die ze ons graag liet zien. Probleem was dat er dat jaar weinig geluid vanuit Nordom was om de organisatie op zich te nemen en daarom vroeg ze zich af of er gegadigden in onze jaargang zaten die geïnteresseerd waren in het organiseren van dit kerstige liedjesfestijn. Toen niemand z’n hand opstak deed ik in een opwelling mijn hand omhoog, en op datzelfde moment stak ook een andere bijvakker van het Science Park, Wanda, haar hand in de lucht en zo kwam het dat wij ineens Lucia mochten gaan regelen voor dat jaar.

We hadden uiteindelijk een man of tien verzameld in ons koor. Janneke had geregeld dat we wekelijks in een lokaal konden oefenen en ik had een uitdraai gemaakt van wat liedjes die we zouden kunnen gaan zingen. Ik herinner me nog goed hoe we de eerste oefensessie geen idee hadden hoe we dit moesten aanpakken, want hoe maak je van een groep studenten die niet kan zingen een geheel waar anderen vrijwillig naar willen luisteren? Met de blinderingen van de binnenraampjes in PCH dichtgedraaid begonnen we maar gewoon, wat resulteerde in een kakofonische symfonie van oerlelijke Steenkolenzweedse klanken in alle verschillende octaven tegelijkertijd, gecombineerd met een flinke dosis slappe lach. Ja, want oh, wat hadden we een plezier tijdens die sessies, dat was een trend die door alle jaren heen de constante factor was.

Het is allemaal goed gekomen dat eerste jaar. Een van de koorleden, Lotta, had gelukkig veel zangervaring en coachte ons er technisch doorheen. Iedereen was het er daarom ook over eens dat zij onze Lucia moest worden voor dat jaar. De uitvoering vond uiteindelijk plaats op het feestelijke moment in de pauze tussen het schriftelijke tentamen van TV2 en de mondelingen.

Stress om naast de tentamens ook nog de lied-

teksten uit ons hoofd te leren was er niet, want die plakten we klein uitgeprint op de kaarshouders die we in onze handen hadden. Tijdens de uitvoering ging het qua timing niet eens al te vaak mis en afgaande op het applaus dat we aan het einde kregen konden we toch wel spreken van een daverend succes.

Dat smaakte dus naar meer en zo werd ik het jaar daarop weer gevraagd om een koor bij elkaar te verzamelen. Ditmaal zouden we zelfs tijdens het Julebord op mogen treden om de feeststemming er goed in te krijgen. Ik maakte daarom snel een ronde langs de

taalvaardigheidslessen van de eerstejaars om hen te vragen of ze mee wilden doen. Aan elk van de klassen gaf ik een korte presentatie over de geschiedenis van Lucia, hoe we dat binnen de vereniging vierden en hoe men zich bij mij op kon geven voor het komende jaar. Waar ik aan het einde van mijn wervingspoging ondersteuning kreeg van Lissan in de groep van Zweeds, die aangaf dat iedereen zich echt op moest geven om deze mooie traditie in stand te houden, sloot Tanja het af op een iets komischere noot: “Een heel mooi verhaal Floris, maar altijd als ik dit zo bekijk dan doen al die witte gewaden me wel denken aan de KKK”. Ik weet niet of het daardoor kwam dat we niet zo veel studenten Noors in ons koor hadden dat jaar, maar de vergelijking was inderdaad niet geheel ondenkbaar.

De oefensessies gingen weer als het jaar daarvoor. Echte knallers als “Nu har vi ljus, här i vårt hus” lieten we in ons repertoire en wat minder gelukte versies wisselden we in voor wat verversing. We werkten aan een iets beter tempomanagement en Tim probeerde als kersvers koorlid zelfs al meerstemmigheid bij bepaalde nummers in te brengen. Het geheel ging uiteraard weer gepaard met de nodige hoeveelheid valse noten en bovendien was het koor flink groter geworden.

Ons grootste obstakel was tijdens de uitvoering niet eens de zang of de timing, maar het lage deurportaal van de Belle van Zuylenzaal in de UB. Daar kwam de mannelijke helft van ons koor niet goed doorheen, omdat onze puntmutsen te hoog waren. Terwijl we dus ons best deden om “Natten går tunga fjät” te zingen, moesten we ook onze lach onder controle zien te houden terwijl we allemaal toekeken hoe Tims puntmuts half vermorzeld werd door de deurpost.

Het zou de tweede en laatste keer zijn dat ik in het koor meezong. In 2020 was het door de coronamaatregelen niet mogelijk om het koor te organiseren. We hebben vanuit het bestuur toen wel geprobeerd om een digitaal album te produceren, maar het technische aspect daarvan bleek een stuk lastiger dan gedacht en uiteindelijk strandde het idee. Het jaar daarop waren de beperkingen iets lichter, en was het daarom mogelijk om in ieder geval van start te gaan met de repetities. Helaas werd het door de universiteit niet toegestaan om een live-uitvoering met publiek te organiseren. Ik werd daarom dat jaar geen koorlid bij de uitvoering, maar camera-man, en zo hebben we het Luciagevoel in de coronatijd toch nog kunnen verspreiden.

Tijdens mijn studie is er eigenlijk niks meer verbindend geweest dan Lucia. We zongen met verschillende jaarlagen, met bijvakkers en hoofdvakkers en met alle Scandinavische talen. En eigenlijk het belangrijkste van alles: het was gewoon ongelofelijk leuk!

Door: Floris van Estrik

Geschreven door