Den underbara resan: Mijn ervaring met de minor Zweeds

Vorig jaar augustus meldde ik mij, zonder goede reden, aan voor de minor Zweeds. Het enige dat ik wist was: ik wil in het buitenland studeren en een nieuwe taal leren. Mijn kennis van Zweeds – en de andere Scandinavische talen, als ik heel eerlijk ben – ging niet veel verder dan de naam van de IKEA-kast in mijn woonkamer. Toch heb ik het Zweeds altijd al een heel aanlokkelijke taal gevonden, misschien juist omdat het zo mysterieus was: terughoudend, noordelijk volk, maar toch met zo’n temperamentvolle manier van spreken. Buiten een tripje naar Denemarken in een ver verleden, was ik bovendien nog nooit in Scandinavië geweest. Om kort te gaan: ik had geen idee wat ik moest verwachten.

Illustratie: Rick van Staten

Nu zijn we ruim een half jaar verder, en kan ik me, al gaat het nog niet zo soepel als ik zou willen, uitdrukken in het Zweeds. De mensen in mijn omgeving die in eerste instantie hun wenkbrauw optrokken toen ik ze hoorden dat deze minor wilde doen, zijn nu om: ‘Zo snel een taal leren spreken, dat zou ik ook wel willen!’ Begrijp me niet verkeerd, zelf verbaas ik me ook over hoe snel het gaat, maar naar mijn ervaring is een studie als deze veel meer dan alleen taalverwerving: de afgelopen zeven maanden heb ik me het onbekende eigen gemaakt.

Ik moet toegeven: het blijft een hoop leer- en stampwerk. Om je een weg te leren banen in een onbekende taal is nou eenmaal de nodige woordenschat en grammatica nodig. En daarbij komt: geschreven Zweeds lijkt weliswaar best op Nederlands, maar qua toon en klank hadden ze eigenlijk niet verder uit elkaar kunnen liggen. Dit alles werd duidelijk gereflecteerd in de eerste lessen. Ik denk dat de zin Hej, jag heter Adam wel zo’n dertig

keer als een soort sekteachtig gebed door het lokaal heeft gegalmd. Luisteren, imiteren, herhalen. Ik zou bijna zeggen: tot vervelens toe. Maar het heeft ons geen windeieren gelegd. Met grote sprongen ging onze taal vooruit, en voor we het wisten hadden we onze eerste Zweedse gesprekjes en begonnen we aan ons eerste boek. Dit soort kleine overwinningen hielden me gemotiveerd. Stukje bij beetje werd ons palet met allerlei kleuren en nuances uitgebreid, zowel idiomatisch als grammaticaal.

In februari lazen we het wereldberoemde kinderboek Nils Holgerssons underbara resa en dat zette de toon voor de

periode die erop volgde. Het bleef namelijk niet bij alleen taalvaardigheid: vanaf februari werden we ook intensief ondergedompeld in de Zweedse cultuur en geschiedenis. Zo werd er een tipje van de sluier opgelicht van alles wat Zweden te bieden heeft. Wat heb ik me verbaasd over wat voor moois zich verschuilt achter het land van midsommar en kanel-bullar. Ons kikkerlandje valt er (bijna) bij in het niet!

Ik denk dat het bij ons allemaal enthousiasme heeft opgewerkt om dat ook zelf (nog eens beter) te gaan ontdekken. Of het nu gaat om de voltijdstudenten die volgend jaar een deel van hun bachelor aan een Zweedse universiteit volgen, of de studenten die dit als extra vak of minor volgen en van plan zijn om later naar Zweden te gaan, zoals ook ik. Maar wat ik zelf het meest verrassend vind aan deze ervaring, is dat het me heeft aangezet tot reflectie op mijn eigen taalgebruik, of beter gezegd: mijn eigen, Nederlandse, manier van communiceren, en op Nederland als geheel, of dat nu onze economie, onze cultuur of onze manier van samenleven is. Misschien zelfs omdat Zweden en Nederland in veel opzichten juist ook erg op elkaar lijken.

Al deze aspecten gelden natuurlijk niet alleen voor de studie Zweeds. Het leren van welke taal dan ook is extreem waardevol. Hoewel veel mensen tegenwoordig Engels als universele taal spreken, zeker in een land als Zweden, is kennis van een plaatselijke taal de sleutel tot écht
contact met een andere cultuur. Bijna niets is crucialer in

een wereld waarin communicatie steeds belangrijker wordt, en waar contact met elkaar en begrip voor elkaar een steeds grotere urgentie krijgt.

Met oog hierop voel ik als student een steeds fellere weerstand tegen de plannen voor bezuiniging op onderwijs door ons huidige kabinet. De afgelopen tijd wordt overduidelijk hoe weinig waarde onze overheid hecht aan onderwijs. Met name geldt dit voor kleinere studies binnen de Geesteswetenschappen, waaronder ook de talen. Er wordt een bepaalde boodschap uitgezonden. Als een studie niet direct geld oplevert, then don’t even bother: het is je moeite niet waard. Dit staat zo haaks op mijn ervaring, om maar niet te spreken over de voor-

delen die kleinere studies als Scandinavisch bieden. Iedere leerling krijgt ruimte en aandacht in de les, en iedereen kent elkaar persoonlijk, inclusief de docent. Naast dat dit de sfeer veel informeler en gezelliger maakt dan zo’n grote collegezaal met honderd man, draagt het bij aan de kwaliteit van het onderwijs.

Ik zou iedereen die twijfelt daarom op het hart willen drukken om volledig te durven gaan voor wat hen interesseert, ook al is dat geen brede interdisciplinaire studie. Laten we taalstudies levend en bruisend houden, laten we cultuurbarrières overbruggen en laten we geïnspireerd worden door elkaar. Zie de waarde in van taal, die draait om zo veel meer dan het leren spreken alleen!

Geschreven door